Apotheek open op:
maandag tot vrijdag
09.00 - 12.00 uur en
13.30 - 17.30 uur

Apotheek open op:
maandag en donderdag
18.00 - 19.00 uur
Looiersplein 5
6271 HD Gulpen
tel. 043 - 450 18 78


Sprinkstraat 6
6269 AP Margraten
tel. 043 - 450 18 78
Informatie over:

Patient in beeld

Pip heeft suikerziekte.
Gepubliceerd op dinsdag 1 februari 2016



Pip is een gesteriliseerde poes van 12 jaar oud. Sinds een paar weken valt het de eigenaar op dat Pip veel drinkt. De poes eet goed maar is wel wat afgevallen. Op de dierenkliniek in Gulpen wordt Pip onderzocht. Behalve 300 gram gewichtsverlies zijn er verder geen afwijkingen te vinden. In overleg met de dierenarts wordt besloten om bloed af te nemen om zo een mogelijke oorzaak te ontdekken.

Bloedonderzoek
Uit het bloedonderzoek blijkt dat het suikergehalte in het bloed verhoogd is. Verder zijn er geen afwijkingen te zien. Pip is sterk van verdacht van suikerziekte. Een aanvullende bepaling wordt gedaan en ook die is verhoogd. De diagnose suikerziekte is gesteld.

Suikerziekte bij de kat
Diabetes mellitus (suikerziekte) is een vaak voorkomende aandoening bij ouder wordende katten. Bij katten zijn er (net als bij mensen) verschillende oorzaken voor suikerziekte. Meestal komt het door uitputting van de alvleesklier. De alvleesklier is een orgaan dat insuline maakt. Dit orgaan kan uitgeput raken doordat katten overgewicht hebben en inactief worden. Verder kan suikerziekte ontstaan door ontsteking van de alvleesklier, hormonen en bepaalde medicijnen.

Behandeling
Een suikerziekte behandeling bestaat uit verschillende onderdelen. Als eerste moet de glucosespiegel (bloedsuikergehalte) omlaag. Dat kan door de kat 2 maal daags te prikken met insuline. De eigenaar prikt de kat 2 maal per dag met ongeveer 12 uur tussen de injecties. De injecties kunnen thuis gegeven worden. Daarnaast is het verstandig om de voeding aan te passen. Dit met het doel om acute suikerstijgingen te voorkomen. Verder wordt het advies gegeven om de kat te laten afvallen. In de beginfase moet de hoeveelheid insuline nog ingesteld worden. Dit betekent dat er regelmatig controles op het bloedsuikergehalte moeten plaatsvinden. Dit gebeurt op de praktijk, waarbij de suikerspiegel wordt gecontroleerd. Op deze manier kunnen we bepalen of er meer of minder insuline nodig is. De hoeveelheid insuline is per patiƫnt verschillend.

Pip wordt behandeld
Pip kreeg injecties insuline, een aangepast dieet en na een 1,5 week langzaam opvoeren van de insuline, is de suikerspiegel genormaliseerd. Ook bij de vervolgcontroles bleek de suikerspiegel stabiel. Pip voelt zich weer helemaal de oude en is inmiddels weer op het oude gewicht. Regelmatige controles blijven wel noodzakelijk.



Archief Patient in beeld

Balthazar wordt mager.
Gepubliceerd op dinsdag 10 februari 2015



Balthazar is een stoere kater van 12 jaar oud. Sinds een maandje valt het de eigenaar op dat de kater mager wordt ondanks dat hij goed eet. Ook vertoont hij rusteloos gedrag. Tevens merkt de eigenaar op dat Balthazar meer drinkt, bijvoorbeeld uit de vijver en uit een lopende kraan op het aanrecht. Dit deed hij voorheen niet. Tijd voor een bezoek aan de dierenarts.

Op de dierenkliniek in Gulpen aan het Looiersplein wordt de kater gewogen. Balthazar is in een half jaar bijna 1 kg afgevallen. Verder valt de hoge hartfrequentie op en oogt zijn vacht, normaal zo blinkend, mottiger dan normaal. In overleg met de eigenaar wordt besloten om bloedonderzoek te doen.
Uit het bloedonderzoek blijkt dat Balthazar een te snel werkende schildklier heeft.

Te snel werkende schildklier

Een te snel werkende schildklier (hyperthyreoïdie) bij katten is een vaak voorkomende aandoening bij oudere katten. Het gaat hier meestal om een goedaardige tumor van schildklierweefsel (in 99.9% van de gevallen).
De tumor kan een- en tweezijdig voorkomen, daarnaast bestaat de mogelijkheid van ectopisch schildklierweefsel (extra schildklierweefsel in de hals of zelfs borstkast). Slechts één op de duizend schildkliertumoren bij de kat blijkt kwaadaardig te zijn.
De overmatige productie van schildklierhormoon heeft een dusdanige invloed op verschillende orgaansystemen dat voor uw kat een levensbedreigende situatie kan ontstaan. De meest voorkomende symptomen zijn hartproblemen en bloeddrukverhoging.

Verschijnselen van een te snel werkende schildklier
De meest voorkomende verschijnselen van hyperthyreoïdie zijn:
· zeer goede eetlust
· vermagering ondanks goede eetlust
· hyperactiviteit
· gedragsveranderingen
· verhoogde hartslag en bloeddruk
· veel drinken en veel plassen

De diagnose wordt gesteld door bloedonderzoek. Veel symptomen worden in een later stadium gezien. Het kan zijn dat uw dierenarts een verhoogd schildklierhormoon bij uw kat gevonden heeft voordat deze verschijnselen vertoont. Dat maakt de prognose alleen maar beter!

Behandeling van een te snel werkende schildklier
Medicatie
De meest eenvoudige en vaakst gekozen behandeling van hyperthyreoïdie is met medicatie. Levenslang moet 1-2x daags medicijnen ingegeven worden. Soms kan de kat bijwerkingen krijgen van de tabletten. Regelmatige controle inclusief bloedtesten zijn nodig om de effectiviteit en bijwerkingen te controleren.

Chirurgie
De te snel werkende schildklier kan in zijn geheel worden weggenomen. Een groot nadeel is het narcose risico voor de (oudere) patiiënten. Het terugkomen van de klachten na chirurgie komt voor. Soms is de operatie zelfs onmogelijk door ectopisch schildklierweefsel (schildklierweefsel elders in het lichaam). Daarnaast bestaat de kans dat bij een operatie de bijschildklieren beschadigd raken. Dit geeft voor de kat problemen.

Behandeling met radioactief Jodium 131
Deze methode is veilig en er is geen narcose/operatie nodig. Alle abnormale schildkliercellen worden kapot gemaakt, waar deze zich ook in het lichaam bevinden. De bijschildklieren worden niet aangetast en het radioactief jodium laat de normale schildkliercellen met rust.
Nadeel van deze behandeling is de verplichte quarantaine van 5 dagen (in verband met straling van radioactief jodium) in een gespecialiseerde kliniek. Daarnaast gelden er speciale regels met betrekking tot zwangerschap en kleine kinderen.

Voeding
Voor de productie van schildklierhormoon is jodium onmisbaar. Door jodiumbeperkte voeding te geven zal de aanmaak van schildklierhormoon worden geremd. Deze voeding is niet genezend maar kan soms goed werken indien zeker gesteld kan worden dat de kat uitsluitend dit voer krijgt. Zodra de kat jodium binnenkrijgt zal er weer schildklierhormoon worden geproduceerd en zullen de klachten weer opspelen. Eigenlijk komen alleen binnenkatten in aanmerking.

Behandeling van Balthazar

In overleg met de eigenaar is besloten om de kater met tabletten te gaan behandelen.
Vier weken na de start van de medicatie kwam Balthazar op controle. Hij was reeds 400 gram toegenomen in gewicht. De eigenaar merkte op dat de kater ook een stuk rustiger was geworden. Ook zijn vacht blonk weer. Er werd bloedonderzoek gedaan waaruit bleek dat de schildklier weer op een normaal niveau werkte. Balthazar doet het weer geweldig!




Truuske zit iets dwars.
Gepubliceerd op donderdag 12 december 2013



Truuske is een poes van 3 jaar oud. Ze is bijna de hele dag buiten op jacht naar muizen. Trouw meldt ze zich iedere avond voor het eten.
Ook deze avond begint ze gulzig aan haar brokjes. Echter, bij iedere hap begint ze te kokhalzen en maakt ze een apart geluid. Tijd voor een bezoekje aan de dierenarts.
De dierenarts onderzoekt Truuske. De keel is heel gevoelig en direct bij het aanraken begint de kat te brommen en krijgt ze braakneigingen.

Soms hebben katten last van keelontsteking. De keel is dan erg rood, de lymfeklieren in de keel zijn doorgaans opgezet en de kat is vaak rustig door koorts. Truuske had deze klachten niet. Gezien het feit dat ze vaak buiten loopt rond te struinen en acuut begon te kokhalzen, dacht de dierenarts eerder aan een vreemd voorwerp in de keel.

De kat werd onder verdoving gebracht en de dierenarts keek met een speciale keel lamp diep in de keel. Bij een kat niet verdoofde kat lukt dit niet. Al vlot werd de diagnose gesteld: een lang stuk grasspriet zat verstopt achter het zachte gehemelte. Deze grasspriet irriteerde de keel en het strottenhoofd. Kokhalzen en speekselen is het gevolg. Met beleid verwijdert de dierenarts de grasspriet.
Truuske kwam lekker bij uit de narcose. De volgende dag liep ze al weer buiten en heeft ze haar 1e muis alweer gevangen, business as usual.

Katten en gras


Katten willen nog wel eens gras eten. Ze doen dit om te braken en zo makkelijker haarballen kwijt te raken. Wanneer ze de maaginhoud opbraken komt een dergelijk grasspriet soms in de neusholte terecht, en blijft achter het zachte gehemelte hangen. Katten die hier last van hebben beginnen vaak plotseling veel te hoesten, niezen en hebben een braakneiging. Wanneer de grasspriet langer aanwezig is kan er etterige neusvloei, meestal vanuit een neusgat ontstaan Veel grassprieten hebben weerhaakjes, waardoor deze geen kant meer op kan. Met een speciaal tangetje verwijderen we de grasspriet vervolgens voorzichtig.


Henk bloedt uit zijn bek.
Gepubliceerd op maandag 5 november 2012



Henk, een 7 jarige boxer, heeft een probleem in zijn mond. De laatste tijd heeft Henk moeite met eten: hij doet er langer over om zijn bak leeg te eten laat geregeld brokken uit zijn mond vallen.
De eigenaar vertrouwt het niet en maakt een afspraak bij dierenkliniek Gulpen-Margraten.

De dierenarts controleert de bek en ziet een gebit met veel tandsteen en op sommige delen gewoekerd tandvlees. Deze tandvleeswoekeringen in de mond noemen we epuliden.
Op sommige plaatsen waren de kiezen door de groei van de epuliden nauwelijks te zien. Het advies was om het gebit schoon te laten maken en ook de epuliden direct te verwijderen. Er werd een afspraak gemaakt.
De volgende dag werd Henk onder narcose gebracht en werd het gebit schoongemaakt. Al het tandsteen werd verwijderd (=gebitssanering). Tevens werden de epuliden chirurgisch verwijderd.

Epuliden


Zowel bij honden als katten komen soms woekeringen van het tandvlees voor. Ze worden epuliden genoemd. Vooral Boxers ontwikkelen deze woekeringen zich vaak. Het ziet eruit als wild vlees.
Tussen de epuliden en de elementen kunnen zich voedselresten ophopen. Daarnaast kan het tandvlees gaan ontsteken. De epuliden kunnen gaan bloeden en pijn geven bij het kauwen. Epuliden zijn meestal goed te verwijderen, maar kunnen wel steeds terugkomen.

Voor de zekerheid zal er meestal een deel van het weefsel opgestuurd worden naar de patholoog voor verder onderzoek, omdat soms de epuliden kwaadaardig kunnen zijn.

Waarom gebit schoonmaken
Tandsteen vormt zich op het glazuur van het gebit, vooral op de overgang van tand naar tandvlees.
Het werkt zich als een wig onder het tandvlees. Het tandvlees raakt ontstoken en de wortels van de tanden en kiezen komen bloot te liggen.
De tand komt daardoor los te zitten. Door ontstekingen in de mondholte wordt er een onaangename geur veroorzaakt. Ondanks al deze narigheden hebben de dieren meestal weinig problemen met kauwen, tenzij ook de grote scheurkiezen achterin de bek aangetast zijn.

De bacteriën uit de ontstoken bek kunnen het lichaam binnendringen en via de bloedbaan elders klachten geven.
Berucht zijn onder andere tussenwervelschijf-, nier- en hartklepontstekingen.
Regelmatige controle van uw huisdier en zijn gebit is raadzaam. Tijdens de jaarlijkse vaccinatie van uw huisdier controleren we de algehele gezondheid van uw huisdier. Het gebit wordt dan ook bekeken.



Anale ongemakken bij de hond.
Gepubliceerd op dinsdag 17 juli 2012




Ná klachten die verband houden met vlooien zijn klachten in verband met de anaalklieren de meest vaak voorkomende in onze kliniek. Meestal gaat het om een meer dan normale vulling van de anaalzakken. Naast overvullingen komen er ook andere problemen bij de anus voor zoals fistels en tumoren.

Anaalklieren
De anaalklieren zijn twee orgaantjes die direct onder de anus gelegen zijn, waarmee de hond zijn specifieke geurvlag afzet op de ontlasting. Hij doet dit doordat tijdens het persen een beetje van de inhoud van de anaalklier via de afvoergang in de anus op de ontlasting wordt gedrukt. De normale inhoud van de anaalklieren is een sterk geurende (stinkende) penetrante dunne lichtbruine vloeistof. Dat valt de baasjes en hun omgeving direct op. Ook als de hond opgewonden is, bijvoorbeeld tijdens het onderzoek op de spreekkamertafel van de dierenarts, kan er anaalkliervocht vrij komen. Honden met steeds weer terugkerende problemen aan de anaalklieren verspreiden min of meer permanent deze hele nare geur.


Problemen
Bij een normale en gezonde hond worden de anaalklieren geregeld 'vanzelf' geledigd door passage van de ontlasting. De oorzaak van een overvulling is vaak niet geheel duidelijk, maar kan te maken hebben met een afwijkende stoelgang, een abnormale stand van de afvoeropeningen van de klier of een onderliggende allergie. Vaak gaat het om steeds terugkerende klachten.

De klachten variëren sterk, van jeuk rond de anus, krabben en bijten rond de staart, 'sleetje rijden' of het verspreiden van een typische geur. Jeuk veroorzaakt door vlooien wordt vaak ten onrechte toegeschreven aan overvulde anaalklieren.

Onderzoek en behandeling
Voor een goede diagnose is een rectaal onderzoek noodzakelijk. Een overvulling is goed te voelen. Met de juiste techniek zijn de anaalklieren te ledigen. Indien de anaalklieren erg overvuld en ontstoken zijn, kan er een abces kan ontstaan. Het abces moet soms worden geopend en gespoeld.

Operatie verwijderen van de anaalklieren
Indien de klachten vaker terugkeren is het verstandig om beide anaalklieren te verwijderen. Omdat de klieren in een gebied liggen dat vele bloedvaten en zenuwen bevat en potentieel geïnfecteerd zijn, is dit niet een eenvoudige ingreep. Nauwkeurig en ervaren prepareren is een vereiste voor het goed doen slagen van deze operatie. In Dierenkliniek Gulpen-Margraten doen we met regelmaat deze operatie.


De anaalklieren worden van uitwendig benaderd door een snede in de huid net naast en onder de anus. De klier wordt hierna zeer voorzichtig vrijgeprepareerd, waarbij er sterk opgelet wordt dat hij gesloten blijft. Anders zou er geïnfecteerde inhoud in het operatiegebied kunnen lopen. De nabehandeling bestaat uit het geven van antibiotica en pijnstillers. De hond krijgt altijd een kraag op zodat hij zelf niet kan likken of bijten aan de wond. De hond kan beide klieren prima missen en is op deze manier verlost van een chronisch probleem!



Konijn heeft last van zijn neus.
Gepubliceerd op maandag 13 februari 2012




Een konijn van 7 maanden heeft last van rare plekken op zijn neus. De bezorgde eigenaar vertrouwde het niet en besloot er mee naar de dierenarts te gaan.
Op het spreekuur onderzocht de dierenarts het konijn. Op de neus van het konijn zaten korstjes en kloofjes. De korstjes zaten er sinds een week en werden steeds groter. Daarnaast viel bij algemeen onderzoek op dat bij de geslachtsopening van het konijn rode zwellingen aanwezig waren.

Verder werden er geen afwijkingen gevonden. Op basis van de klinische symptomen werd de diagnose syfilis gesteld.


Syfillis bij het konijn
Syfilis bij het konijn wordt veroorzaakt door de bacterie treponema paraluiscuniculi.
Deze ziekte is niet besmettelijk voor de mens.

De bacterie wordt door direct contact tussen konijnen overgebracht. Vaak brengt de moeder deze bacterie bij de geboorte op haar jongen over. De ziekte komt tot ontwikkeling in tijden van stress (vergelijkbaar met de koortslip bij de mens).
Er ontstaat roodheid, korsten en zwelling rond de neus en bek maar het kan ook voorkomen aan de achterhand rond de vulva of penis. Het konijn brengt door wassen de infectie van het ene gebied naar het andere. De aandoening is te behandelen met een wekelijkse injectie antibiotica die 3x moet worden herhaald.



Moppie eet kersen.
Gepubliceerd op woensdag 17 oktober 2011




Moppie is de rode kat van de familie Vrijhoeven uit Cadier en Keer. Normaal gesproken is het een tierig beestje en heeft ze altijd goede eetlust.
Sinds een paar dagen was Moppie wat hangerig en was ook plots de eetlust verdwenen. Ook begon ze te braken. Tijd voor een bezoek aan de dierenarts van Dierenkliniek Gulpen-Margraten.

Op het spreekuur werd Moppie onderzocht. Moppie was sloom, had een te hoge temperatuur en was een beetje uitgedroogd. Daarnaast viel het op dat ze buikpijn had. De dierenarts voelde in de buik een afwijkende structuur die pijnlijk was bij aanraken.
De dierenarts vertrouwde het niet. In overleg met de eigenaar werd besloten om direct een kijkoperatie te doen. Moppie werd onder narcose gebracht en de operatie ging van start. Tijdens het inspecteren van de buik viel op dat er zich in de dunne darm een afwijkende structuur bevond.


De darm werd opengemaakt en er bleek een kersenpit in de darm te zitten. Deze kersenpit zorgde voor een darmblokkade en hierdoor voelde Moppie zich niet lekker.



De dierenarts verwijderde de kersenpit. Vervolgens werd de darm en de buik netjes gesloten.
Moppie moest nog 1 dagje blijven in de opname ter observatie. In de opname kreeg ze vocht toegediend via een infuus. De volgende dag was ze erg opgeknapt en mocht ze weer fijn naar huis.

Het komt vaker voor dat huisdieren vreemde voorwerpen opeten. Meestal zijn het honden die deze neiging hebben, maar ook katten kunnen dit ongewenste gedrag vertonen.



Scooby de cavia eet moeilijk.
Gepubliceerd op woensdag 20 juli 2011



Fig. 1: Scooby

Deze keer staat Scooby, de cavia van de familie Lux uit Wittem in de spotlights. Scooby at de laatste tijd wat slechter. Sinds een paar dagen zat de cavia een beetje te kwijlen in zijn hok.

Het was de eigenaren opgevallen dat Scooby de laatste tijd wat langzamer at. Soms kwijlde de cavia tijdens het eten. De cavia kwam op spreekuur bij Dierenkliniek Gulpen-Margraten. De dierenarts onderzocht de cavia en met een speciale kijker (otoscoop) werd het gebit gecontroleerd.

Bij de gebitscontrole viel op dat de kiezen op de onderkaak te lang waren. De onderkaakkiezen groeide over de tong heen en vormde als het ware een brug over de tong (=dental bridge). Dit zorgde ervoor dat Scooby pijn had met eten (kiezen prikten in de tong) en veel kwijlde (moeite met slikken).


Fig. 2: afwijkend gebit Scooby, pijltjes: haken op de kiezen


Fig. 3: normaal gebit cavia, pijltjes: normale kiezen

In overleg met de eigenaar werd besloten om Scooby onder narcose te brengen en een zogenaamde "gebits-sanering" toe te passen. Dit betekent dat met speciaal gebitsgereedschap de te lange kiezen worden kort gevijld en geslepen zodat de kiezen weer de normale lengte krijgen.
Op deze manier wordt ervoor gezorgd dat de boven - en onderkaakkiezen weer op elkaar aansluiten. Deze aansluiting (=occlusie) zorgt ervoor dat de cavia weer normaal kan eten en kauwen.

Scooby werd rustig wakker in de recovery-ruimte en kreeg pijnstilling mee voor enkele dagen. Na 1 dag begon de cavia weer zelf goed te eten. Scooby had geen last meer van zijn gebit.

Gebitsproblemen bij cavia's en konijnen.
De tanden hebben open wortels en blijven levenslang doorgroeien. Het kauwen op vezelrijk voer zorgt er voor dat de tanden afslijten en de oppervlakten van twee tanden (onder- en bovenkaak) mooi op elkaar aansluiten. Te lange tanden of kiezen kunnen verwondingen en abcessen veroorzaken, waardoor de cavia of het konijn niet meer wil eten of gaat kwijlen. Op kiezen kunnen haken ontstaan, bijvoorbeeld na een periode van slecht eten. Hierdoor wordt de wang of de tong beschadigd en zal het konijn gaan kwijlen en stoppen met eten.



Fig. 4: overzicht gebit cavia, pijltje: positie van de kiezen


Fig. 5: tekening van normale stand en abnormale stand (malocclusie) van de kiezen

Neem bij onderstaande symptomen contact op met de dierenarts:
Kwijlen
Verminderde eetlust
Knarsetanden
Eten uit bek morsen
Selectief zacht voedsel eten en hard voedsel vermijden

De dierenarts zal het gebit van de cavia of het konijn controleren. Met een otoscoop (oorlamp) worden, eventueel onder narcose, de snijtanden en kiezen bekeken. Voor een volledig onderzoek van het gehele gebit kan een röntgenfoto worden gemaakt. De snijtanden worden geknipt, geslepen of getrokken. Indien er haken op de kiezen zitten moet uw konijn onder narcose. De haken op de kiezen worden weggeslepen met een boor of weggeknipt met een speciale tang en vijl. Omdat de ervaring leert dat cavia's en konijnen na deze behandeling minder eten is het soms verstandig om de dieren drie dagen met een spuitje te voeren.




Gans geopereerd
Gepubliceerd op dinsdag 29 maart 2011




Als gezelschapsdierenarts behandelen we meestal honden, katten en konijnen. Af en toe komen er meer bijzondere dieren op het spreekuur. Moelefloep is een 9 jarige gans van de familie Klein. Hij woont samen met een andere gans in een weitje in Hulsberg.

Moelefloep had sinds een paar maanden last van een grote bult op zijn buik. De eigenaresse vertrouwde het niet en liet de dierenarts aan huis komen om de gans te onderzoeken. Tijdens de huisvisite constateerde de dierenarts een groot proces van ca. 10cm doorsnede. Het proces zat onder de huid. Om het probleem te verhelpen, moest Moelefloep worden geopereerd.

Er werd een afspraak gemaakt voor de gans voor een operatie op de Dierenkliniek in Gulpen. Op de kliniek kan de juiste narcose worden gegeven en bovendien kan er zuurstof worden toegediend tijdens de operatie.
In een grote kartonnen doos kwam de gans een paar dagen later naar de kliniek. Het dier werd onder narcose gebracht. Daarna werd het verenpak rond het te opereren gebied geplukt en steriel gemaakt. De operatie verliep voorspoedig, het proces (=tumor) werd in zijn geheel verwijderd, en de operatiewond werd netjes dicht gehecht.


Na de operatie werd de gans naar de recovery-ruimte gebracht om rustig uit te slapen. Na 1 uur stond Moelefloep al te drentelen in zijn hok: hij wilde naar huis.

Om er voor te zorgen dat de wond niet vies zou worden kreeg Moelefloep een operatie-pakje aan. Normaal gebruiken we die voor honden en katten, maar ook voor ganzen is deze geschikt. De gans werd opgehaald en mocht de eerste week bij de eigenaar binnen blijven in een groot hok, zodat hij rustig kon herstellen.
Twee weken later bij de nacontrole bleek dat alles keurig was genezen. Moelefloep loopt reeds weer vrolijk rond in de wei samen met zijn vriendje.








Woezel plast moeilijk
Gepubliceerd op zondag 2 januari 2011


Deze keer staat Woezel in de spotlights. Woezel is een 12 jaar oude Shih tzu teef van de familie Meijers uit Wittem.



Woezel had al een tijdje last met het plassen. Ze moest vaker kleine beetjes plassen. Soms zat er een druppeltje bloed in de urine. Urine onderzoek toonde aan dat er sprake was van een blaasontsteking. Medicijnen werden voorgeschreven, Woezel knapte op, maar helaas kwamen de klachten na de kuur weer terug.

De urine werd nogmaals onderzocht en nu bleek dat er ook blaasgruis in de urine aanwezig was. Blaasgruis bestaat uit kleine urinekristallen. De kristallen krassen op de blaaswand (als klein glassplinters) en veroorzaken een blaaswand-irritatie. Soms kunnen de kristalletjes samenklonteren tot grote blaasstenen.


In overleg met eigenaar werd besloten om een röntgenfoto te maken van de buik. Dit met het doel de blaas en blaasinhoud in beeld te brengen. Op de foto is duidelijk te zien dat er blaasstenen in de blaas aanwezig zijn. (De blaas is omcirkeld en de steentjes zijn aangeduid met pijltjes). Woezel moest worden geopereerd om de blaasstenen te verwijderen.



De operatie verliep voorspoedig, de stenen werden uit de blaas verwijderd. Woezel herstelde vlot. Om te voorkomen dat er weer blaasgruis en blaasstenen ontstaan, krijgt Woezel nu een special blaasgruisdieet.


Happy end: Woezel kan weer goed plassen !





Cody schudt met zijn hoofd
Gepubliceerd op maandag 25 oktober 2010


Cody is een 5 jarige Border Collie van de familie L'Homme uit Partij. Hij is een actieve hond en houdt van rennen. Het liefst loopt hij los in de natuur. Na een wandeling is Cody meestal moe en voldaan en gaat hij even slapen.

Op een dag na een tocht door het maaiveld, kwam Cody met zijn baas thuis. Direct viel op dat de hond erg onrustig was. Hij schudde non-stop met zijn hoofd en krabde aan het linker oor. Vervolgens begon hij ook met zijn hoofd over de grond te schuren. De eigenaar vertrouwde het niet en belde de dierenarts.



Op de kliniek werd Cody onderzocht. Bij het aanraken van het linker oor, gaf de hond aan dit niet prettig te vinden. Vermoedelijk was de gehoorgang pijnlijk.
Met een otoscoop (oorlamp met kijker) werden de oren aan de binnenzijde onderzocht. Het niet-pijnlijke rechteroor zag er normaal uit. Het pijnlijke linkeroor zag er afwijkend uit. De gehoorgang was rood en diep onderin zat een 'vreemd voorwerp'.



Cody werd onder een lichte narcose gebracht om behoedzaam het oor verder te onderzoeken. Het vreemde voorwerp bleek een grasaartje te zijn. Een grasaar is een deel van een grasplant en heeft een soort weerhaakjes. Door de weerhaakjes 'kruipen' ze gemakkelijk in het oor en blijven dan op hun plaats.
Met behulp van een dunne speciale tang werd de grasaar vastgegrepen en verwijderd. Het trommelvlies was gelukkig nog intact. Het grasaartje was op tijd ontdekt.





Cody werd rustig wakker en mocht diezelfde ochtend nog naar huis. De vervelende kriebelpijn in het oor was verdwenen!

Grasaar alarm:
· Als uw hond veel op een bepaalde plek (bijv. tussen de tenen) likt en daar een klein gaatje zichtbaar is. Helaas is niet altijd duidelijk of de grasaar dan nog aanwezig is of er door het likken van de hond toch weer uit is gekomen.
· Als uw hond na een wandeling ineens sterk met zijn kop loopt te schudden, of daarbij soms zelfs pijn aan geeft. Dan kan er een grasaar in een oor zitten.
· Als uw hond na een wandeling veel last heeft van een oog en daar met de poot in wil wrijven. Dan bestaat de kans op een klein zaadje in het oog. U kunt proberen zelf eerst goed te kijken of u iets ziet zitten maar meestal verdwijnen ze snel achter het 3e ooglid. Ga ook hiermee direct naar de dierenarts.

Grasaar informatie:
Grasaren hebben een scherpe punt aan de voorkant en aan de achterkant kleine weerhaakjes. Hierdoor kunnen ze zich aan de vacht van de hond vasthechten. Dat gebeurt voornamelijk bij honden met een langharige vacht. Deze kleine zaadjes kunnen soms door de huid van uw hond naar binnen dringen. Daardoor wordt de grasaar ook wel eens een 'kruiper' genoemd. Grasaren breken van de wilde grassen of graansoorten af als de hond er door heen loopt of rent of buitelend speelt. Als een grasaar eenmaal 'aan' de hond zit, kan hij maar één kant uit: vóóruit en dat is dikwijls: naar binnen! De meeste grasaren komen daarom tussen de tenen terecht. Ze hechten zich aan en in het zachte weefsel tussen de tenen. Voor het lichaam zijn deze zaadjes lichaamsvreemd materiaal en de reactie hierop is een ontsteking.
Ook komen de zaadjes dikwijls in het oor terecht en kunnen daar een pittige oorontsteking veroorzaken. Of nog erger - als ze niet op tijd worden verwijderd - door het trommelvlies heen dringen.
Soms komen de zaadjes via het oog achter de oogbol terechtkomen en daar een ernstige ontsteking veroorzaken. Ook komt het voor dat grasaren worden ingeslikt en in de keelholte of slokdarm blijven steken en veel ellende geven. Dan ontstaat er een dikwijls een ontsteking met 'fistel' om het ontstekingsvocht af te voeren.





Seth valt af
Gepubliceerd op donderdag 2 september 2010

Deze keer wordt de hond Seth onder de loep genomen.



Seth is de stoere Rottweiler van de familie Lardenoye uit IJzeren. Seth is 11 jaar oud. De eigenaar was het opgevallen dat de hond de laatste tijd wat aan het vermageren was en steeds slomer werd.
Tijdens het spreekuur op de praktijk in Gulpen werd Seth onderzocht. Naast het gewichtsverlies, viel op dat de vacht ook wat mottiger was geworden. Bij het onderzoeken van Seth werd een afwijkende dikte in de buik gevoeld, vermoedelijk uitgaande van de milt.

In overleg met de eigenaar werd besloten om een kijkoperatie te doen. Dit met het doel om te kijken wat er precies aan de hand was. En indien mogelijk kon de dikte dan ook direct worden verwijderd.
Een infuussysteem werd aangebracht voor vocht en Seth werd onder narcose gebracht. De operatie ging van start. Bij het openen en onderzoeken van de buik viel direct een enorm groot proces op. Dit proces ging uit van de milt. De rest van de organen in de buik waren niet afwijkend (met het blote oog).



Gelukkig kunnen honden zonder een milt leven. De milt werd -gezien de afwijkende grote- in zijn geheel verwijderd. Het chirurgisch verwijderen van de milt bleek geen eenvoudige klus. Gelukkig verliep de operatie voorspoedig. Resultaat: een verwijderde milt van ca 6 Kg ! (normaal gewicht milt bij een grote hond: ca. 500gr).



Na het sluiten van de buik ging Seth naar de recovery-ruimte. Seth werd goed wakker en mocht het einde van de middag mee naar huis. De verwijderde milt werd opgestuurd voor onderzoek. Een spannend tijd volgde, want soms is het niet goed als er iets in de buik groeit.

10 dagen later was Seth helemaal hersteld. Ze was reeds aangekomen in gewicht en ze was ook actiever geworden. De onderzoeks-uitslag van de verwijderde milt was ook reeds bekend. Goed nieuws: het bleek een ontsteking te zijn, en gelukkig geen vervelende tumor.
Seth kan nu rustig genieten van zijn oude dag.





Midas heeft zweertjes op zijn kin
Gepubliceerd op zondag 18 juli 2010

Deze keer staat Midas, de grote trotse Karthuizer kat van meneer Vink, in de spotlights.



Midas de gecastreerde kater is ruim 3 jaar en woont in Stolberg (Duitsland). Midas heeft een vriendelijk en goedgehumeurd karakter. Sinds 1 week heeft hij last van plekjes op zijn kin. De eigenaar zag dat de kin begon te jeuken en maakte een afspraak bij de dierenarts.

De dierenarts onderzocht Midas en daarbij de afwijkingen op de kin. Het bleken klein zweertjes met eromheen kleine puistjes te zijn. Door het krabben op de plek, was de huid ook lichtelijk ontstoken. Verder had Midas geen huidklachten en de vacht blonk verder prachtig.



Op basis van het vrij typisch klinisch beeld werd de diagnose eosinofiel granuloom complex gesteld. De dierenarts gaf Midas twee injecties. Een injectie om de ontsteking te remmen en een injectie met antibiotica om de bacteriële ontsteking van de huid rustig te krijgen.
Na 2 dagen gingen de zweertjes bij de bek weg en Midas krabde er niet meer aan. Hij is nu weer helemaal het mannetje!

Meer informatie over eosinofiel granuloom complex:

3 vormen
Bij de kat kan het zgn. eosinofiel granuloom complex in 3 verschillende verschijningsvormen tot uiting komen: het eosinofiele ulcer (zweer), het eosinofiele plaque (rode vlek) en het lineaire granuloom (grote zweer). Bij een patiënt kunnen meerdere typen gelijktijdig gevonden worden. De herkomst of het waarom van het ontstaan is vaak onbekend. Wel wordt het vaak met een allergie geassocieerd. Ook onder invloed van stress kan een dergelijke plek zich ontwikkelen. Er wordt beschreven dat het meer bij poezen dan katers voor komt. En katten die wit of gedeeltelijk wit zijn, zouden ook meer kans hebben.
Diagnose
Op basis van het klinisch beeld wordt vaak de diagnose gesteld. In sommige gevallen is het raadzaam de huid te onderzoeken nader te onderzoeken door middel van het nemen van een afkrabsel of zelfs een piot.
Therapie
Ideaal is het om bij de therapie van het eosinofiel granuloom complex te zoeken naar een bron waarvoor de patiënt allergisch zou kunnen zijn. Dit betekent dat de vlobestrijding wordt geoptimaliseerd en dat vervolgens een dieet test uitgevoerd kan worden. Vaak wordt er echter geen allergiebron gevonden. Het wegnemen van stressfactoren uit de omgeving is ook raadzaam, maar dit klinkt makkelijker dan het is. Voor een snel herstel wordt vaak prednison (injecties en eventueel tabletten) ingezet. Antibioticum kan een deel van de ontsteking wegnemen.
Prognose
De resultaten zijn wisselend. Indien een bron voor de allergie wordt gevonden en kan worden vermeden, is de kans op succes groot. Wanneer er geen oorzaak wordt gevonden is de ene kat na een periode met prednison te zijn behandeld, van de plekken af. Anderen hebben levenslang medicijnen nodig. In het laatste geval kan uiteindelijk vaak wel volstaan worden met een lage onderhoudsdosering.


Brissa heeft buikpijn
Gepubliceerd op zaterdag 5 juni 2010

Brissa is een jonge enthousiaste herdershond van de familie Kuebel uit Mheer. Ze zit vol pit en heeft altijd trek in een wandeling. Dagelijks trekken baas en hond er op uit.



Op een morgen had Brissa geen zin om te gaan lopen. Ze was sloom en had geen eetlust. Een dag eerder had ze vermoedelijk iets uit de vuilnisbak gegeten.

Brissa kwam diezelfde dag op spreekuur. De dierenarts onderzocht de herdershond en stelde vast dat Brissa flinke buikpijn had. Bij het goed navoelen van de buik bleek ze erg pijnlijk te reageren bij het drukken op een vaste plaats in de buik. In overleg met de eigenaar werd besloten om dit nader te onderzoeken. Een röntgenfoto van de buik was de logische volgende stap.

Op de röntgenfoto was een afwijkende schaduw zichtbaar in het maag-darmkanaal. Dit leek op een voorwerp wat niet in de buik thuis hoort. Brissa moest worden geopereerd om te verwijderen.



Het dier werd onder narcose gebracht en de operatie ging van start. In de darm zat een stuk plastic vast. Het voorwerp werd uit de darm gehaald en alles werd vervolgens netjes gesloten.

Brissa kwam vlot uit narcose en mocht diezelfde dag met nazorginstructies, antibiotica en pijnstilling naar huis. Het vreemde voorwerp bleek een cakevorm te zijn, welke de hond een dag eerder stiekem uit de vuilnisbak had gevist.



10 dagen later kwam Brissa op controle. Ze was helemaal de oude en weer vol energie. Ze kon gelukkig met de familie mee op vakantie!